DIDEROT – JACQUES

DENIS DIDEROT – JACQUES DE FATALIST EN ZIJN MEESTER

In 2022 verschenen

TZUM 15 mei 2022, Jan de Jong:

Een sprankelend leesavontuur

Het opnieuw uitbrengen van historische literaire werken stuit vaak op de nodige problemen, vooral als die werken echt heel oud zijn. Niet alleen de taal en de stijl leveren moeilijkheden op – al zijn die met ver- en hertalingen nog wel voor een deel op te vangen. Lastiger wordt het als na al die jaren een tekst voor een wat groter publiek zijn urgentie verloren heeft; als alleen een handvol verstokte studeerkamerheremieten er de importantie, of bijvoorbeeld de humor, nog van inziet.

Gelukkig zijn er teksten waarop de slijt der eeuwen geen vat heeft, verhalen die in 2022 nog net zo bruisen als toen ze geschreven werden. In Nederland hebben we natuurlijk de Reynaert, door zijn verteller Willem de toenmalige elite in het gezicht gesmeten. Maar zulke voorbeelden zijn schaars. Vooral de verlichte achttiende eeuw, toen rationalisme en individualisme de wereld op zijn kop zetten en ook de literaire goegemeente menige schokkende tekst te verstouwen kreeg, heeft veel literatuur opgeleverd waar we nu schouderophalend aan voorbij gaan. Probeer vandaag de dag Voltaire nog maar eens te lezen. Zelfs de meest vlotte vertaling is gedoemd onleesbaar te blijven. Toch heeft ook de Verlichting literatuur opgeleverd die tot op de dag van vandaag niet alleen leesbaar, maar ook verrassend, grappig en zelfs actueel is. Het meest onstuimige voorbeeld is natuurlijk het briljante The life and opinions of Tristram Shandy, Gentleman van de Brits-Ierse dominee Laurence Sterne, die, zoals een bekend aforisme luidt, al postmodernist was, lang voordat het modernisme zelfs maar bestond.

Een ander goed voorbeeld van deze ‘houdbare’ Verlichting is de Franse schrijver en encyclopedist Denis Diderot. Uit zijn onlangs door Martin de Haan uitstekend vertaalde roman Jacques le fataliste en son maître blijkt in ieder geval dat Diderot zijn Tristram Shandy goed kende. Filosofische gedachten, maatschappijkritische overwegingen, een wat chaotische inslag en vooral de nodige spot en zelfspot kenmerken het werk. En natuurlijk, meer dan in Tristram Shandy, de vele gevatte dialogen. De vergelijking met het werk van Plato dringt zich op, maar dan, zoals De Haan in zijn nawoord terecht opmerkt, zonder de hiërarchische verhouding tussen de sprekers die je bij Plato vindt. Sterk zijn ook de soms luchtige, soms diepzinnige terzijdes die de verteller zijn lezers toevertrouwt. Ze doen denken aan het soort eenzijdige ‘dialoog’ waar de schrijver zelf ook bekend om was. (De Haan noemt de anekdote over een jonge bezoeker tegenover wie Diderot meteen van wal steekt met een lange monoloog over meerdere onderwerpen. Achteraf stelt hij vast dat ze getweeën interessante dingen hebben gezegd.)

Ik hoor u wel, lezer, u zegt: En Jacques’ liefdesverhaal dan? – Denk u dat ik daar niet net zo nieuwsgiering naar ben als u? Hebt u vergeten dat Jacques niets liever doet dan praten, vooral over zichzelf, een manie die alle mensen van zijn stand gemeen hebben, omdat ze erdoor worden bevrijd uit hun eerloze situatie, op het spreekgestoelte worden geplaatst en plotseling in interessante personen veranderen? Waarom houdt het gepeupel zo van openbare terechtstellingen? Omdat het onmenselijk is? U vergist zich: de gewone man is niet onmenselijk. Het liefst zou hij de ongelukkige voor wiens schavot hij zich verdringt uit handen van justitie bevrijden. Hij komt naar de Place de Grève voor een schouwspel waarover hij thuis in de voorstad kan vertellen; dit schouwspel of een ander, het is hem om het even, als hij maar kan schitteren, zijn buren bijeen kan roepen en hun aandacht kan vasthouden. Geef op het bolwerk een groot feest, en u zult zien dat de executieplaats leeg is. De gewone man is dol op vermaak en is er als de kippen bij, omdat het plezier hem afleidt. De gewone man is angstaanjagend in zijn razernij, maar die duurt niet lang. Zijn eigen armoede heeft hem gevoelig gemaakt voor andermans leed: hij wendt zijn blik af van het gruwelijke schouwspel waarnaar hij is komen kijken, hij krijgt medelijden, gaat huilend naar huis… Ik geef toe dat ik alles wat ik u hier opdis van Jacques heb, lezer, want ik houd er niet van met andermans veren te pronken.

Als lezende deelnemer aan zo’n gesprek heb je soms… heel even… de neiging om iets terug te zeggen, of op zijn minst een vraag te stellen. Maar je weet natuurlijk dat dat zinloos is. Politicus Hans van Mierlo vertelde ooit dat hij het boeiend vond om een zaal mee te nemen in het avontuur van een redenering. Diderot lezend bekruipt je soms het wonderlijke gevoel dat je deelgenoot bent van het avontuur van een gedachtegang waarvan het einde pas gaandeweg zichtbaar wordt. Het maakt Jacques de fatalist en zijn meester 226 jaar na de eerste druk, nog steeds boeiend, sprankelend én actueel.

Jan de Jong

VOLKSKRANT 14 mei 2022, Erik van den Berg:

Niet dat eeuwige portret, maar een woeste wirwar siert het omslag van de nieuwe Diderot

Eindelijk een ander omslag voor Denis Diderot.Erik van den Berg12 mei 2022, 14:57

Beeld AFH Heikoop, ontwerp Edwin Boering, 2022. Beeld A.A. Hoogteiling
Beeld AFH Heikoop, ontwerp Edwin Boering, 2022.Beeld A.A. Hoogteiling

Voor de illustratie op Jacques le fataliste et son maître, de geestige, verrassend moderne, nog steeds gelezen en heruitgegeven 18de-eeuwse roman van Denis Diderot (bij diens leven verschenen als feuilleton, postuum in boekvorm in 1796), leken vooral twee opties beschikbaar: óf het portret van de auteur door de Franse hofschilder Louis-Michel van Loo uit 1767, óf het alternatief door diens collega Jean-Honoré Fragonard van een paar jaar later.

Nu de laatste tijd onder deskundigen de mening begint post te vatten dat de kalende, blozende heer van Fragonard beslist iemand anders is dan Denis Diderot (die om te beginnen geen blauwe, maar bruine ogen had), zijn de opties nog verder versmald.

Ontwerp Het Spectrum, 1978.  Beeld Het Spectrum
Ontwerp Het Spectrum, 1978.Beeld Het Spectrum

Geen wonder dus dat uitgeverij A.A. Hoogteiling besloot het anders te doen. Op Jacques de fatalist en zijn meester, een door Martin de Haan herziene versie van zijn vertaling uit 2005 (destijds zonder omslagillustratie verschenen), staat een gedurfde abstractie: twee woeste wervelingen in zwart potlood. Uitgever Niko Koers legt uit: ‘A.A. Hoogteiling is in 2012 begonnen en legt zich toe op vergeten of bescheiden juwelen in fictie en non-fictie. Als hommage heb ik de uitgeverij vernoemd naar mijn moeder. En nu is het mij voor het eerst gelukt de kunstenaar AFH Heikoop, mijn echtgenote, te bewegen autonoom werk voor het voorplat beschikbaar te stellen, een tekening uit de serie You are my lungs uit 2012.’

Penguin Classics, met Diderots portret door Van Loo, 1986. Beeld Penguin
Penguin Classics, met Diderots portret door Van Loo, 1986.Beeld Penguin

Martin de Haan: ‘Ik kreeg vetorecht van de uitgever, maar ik vond het omslag meteen prachtig. Ik zie er een verbeelding in van de wirwar van verhaallijnen, veel passender dan weer zo’n portret.’

Voor de auteursnaam en titel is de Offline gebruikt, een letter van studio Roelof Mulder die Niko Koers ‘informeel maar robuust’ noemt en die hij als de ‘corporate letter’ van zijn uitgeverij beschouwt. De broodtekst staat in de Didot, ‘de letter van de Verlichting, ook gebruikt voor de eerste gedrukte editie van Jacques le fataliste’.

Denis Diderot: Jacques de fatalist en zijn meester

Vertaling en nawoord Martin de Haan.

Omslagbeeld AFH Heikoop, ontwerp Edwin Boering.

A.A. Hoogteiling; € 24,50.

Oxford World’s Classics, met het portret door Fragonard, 1999. Beeld Oxford University Press
Oxford World’s Classics, met het portret door Fragonard, 1999.Beeld Oxford University Press
Omslag Jacques Janssen, 2005. Beeld Athenaeum-Polak & Van Gennep
Omslag Jacques Janssen, 2005.Beeld Athenaeum-Polak & Van Gennep

REACTIES van lezers

Wat een mooie uitgave (mooie voelbare omslag).’ Lezer te D.

‘Man, wat een moderne tekst! Superleesbaar.’ Kunstschilder te A.

‘Ik geniet van de vertaling van Jacques de fatalist en zijn meester en vooral ook van het omslag [beeld van AFH Heikoop].’ Kunsthistorica A.G. te A.

‘Wat een idioot boek, ik moet het vaak neerleggen om even te bekomen.’ Tekstredacteur D.D. te O.

‘Jacques the fatalist is my nighttime read by our bed. I quite enjoy him. I think Diderot had a very dry & wonderful sense of humour. It kind of shows up in his eyes in the painting of him on the cover of my book.’ Reader from N, Canada, reading the English translation.

‘Mooi boek!’, fotograaf T.A. te A.

ISBN 978-90-820059-2-9, € 24,50. 352 pagina’s.

JA, IK BESTEL

HET ULTIEME VERHAAL OVER EERSTE LIEFDE, VRIJE WIL EN LOTSBESTEMMING

Diderot heeft nog in 2022 iets te bieden wat geen enkele andere schrijver hem ooit heeft kunnen voor- of nadoen. Wat voor iets? ‘De grote waarde, de grote originaliteit van Diderot is dat hij in het ernstige, ordelijke boekenproza de onstuimigheid, de springerigheid, de ietwat dolle wanorde, het rumoer en het koortsachtige leven van de conversatie heeft geïntroduceerd,’ schrijven de gebroeders Goncourt, en dat is het misschien inderdaad. Diderot schrijft alsof hij praat, en lapt daarbij alle regels van de genres waarin hij zich begeeft (roman, filosofie, toneel, kunstkritiek, encyclopedie) aan zijn laars.

Door die openheid en beweeglijkheid is Diderot van alle achttiende-eeuwse Franse schrijvers (hij leefde van 1713 tot 1784) degene die het dichtst bij ons staat. Waar Rousseaus Julie, historisch gezien de belangrijkste Franse roman van die eeuw, ons door zijn pathos tegenwoordig volstrekt onleesbaar voorkomt, hebben we bij Diderots De neef van Rameau en vooral Jacques de fatalist het gevoel alsof ze gisteren zijn geschreven.

Diderot schreef zijn Jacques een halve eeuw eerder dan de grote realistische romans die nog altijd ons idee van het genre bepalen. Een ‘antiroman’ kun je zijn grap die geen grap is dan ook moeilijk noemen, want een schrijver kan lastig de draak steken met conventies die nog niet bestaan. Toch vervult het boek voor de hedendaagse lezer die functie, meer nog dan alle twintigste-eeuwse experimentele stromingen (zoals de Nouveau Roman) die zich aan het realisme wilden onttrekken.

‘Hoe hadden ze elkaar ontmoet? Bij toeval, zoals iedereen. Hoe heetten ze? Wat gaat u dat aan? Waar kwamen ze vandaan? Van de dichtstbijzijnde plaats. Waar gingen ze naartoe? Weet een mens waar hij naartoe gaat? Wat zeiden ze? De meester zei niets, en Jacques zei dat zijn kapitein zei dat alle goede en slechte dingen die ons hier beneden overkomen, daar boven geschreven staan.’ […]

Meester: Je bent dus verliefd geweest?

Jacques: Nou en of!

Meester: En dat kwam door dat geweerschot?

Jacques: Ja, door een geweerschot. [

U ziet lezer, dat ik goed op dreef ben en dat ik u moeiteloos één jaar, twee jaar, drie jaar zou kunnen laten wachten op Jacques’ liefdesverhaal, door hem van zijn meester te scheiden en elk van beiden bloot te stellen aan alle gevaren die ik maar zou willen. Wat let me om de meester te laten trouwen met een vrouw die hem zou bedriegen? Om Jacques in te schepen naar de Antillen? Om zijn meester daar ook naartoe te sturen? Om hen beiden op hetzelfde schip naar Frankrijk terug te brengen? Het is zo gemakkelijk om verhalen te verzinnen! Maar die twee zullen ervan afkomen met een slapeloze nacht, en u met dit oponthoud.’

Dit is de kortst mogelijke samenvatting van deze even hilarische als diepzinnige roman – géén roman dus, volgens Diderot – die in alles op een dolgedraaid modernistisch schrijfexperiment lijkt, ware het niet dat de schrijver in de achttiende eeuw leefde. De knecht Jacques vertelt zijn meester het verhaal van zijn eerste en enige liefde, maar wordt keer op keer onderbroken, zozeer dat Jacques de fatalist en zijn meester misschien wel in de eerste plaats een verhaal over het vertellen van verhalen is.

Martin de Haan heeft zijn eerdere vertaling voor deze nieuwe uitgave geheel herzien. Jacq Vogelaar schreef er destijds in De Groene over: ‘Het is geen geringe verdienste van de vertaler dat het lijkt alsof Diderot, toen hij in Holland was in juni 1773, zijn filosofische schelmenroman maar meteen in het Nederlands heeft geschreven.’

Martin de Haan (Middelburg, 1966) is de vaste vertaler van Milan Kundera en Michel Houellebecq en vertaalde daarnaast werk van o.a. Marcel Proust, Joris-Karl Huysmans, Jean Echenoz en Régis Jauffret. Hij vormde lange tijd een vertaalduo met Rokus Hofstede. Hij is vaste medewerker van de Volkskrant en schreef een boek met korte stukken over Michel Houellebecq, Aan de rand van de wereld. Sinds 2019 is hij ook actief als fotograaf (exposities in Frankrijk en Nederland), en in 2021 verscheen zijn op Diderot geïnspireerde debuutroman, Ramkoers. Voor Riskante relaties, zijn vertaling van Les Liaisons dangereuses, ontving De Haan de Filter Vertaalprijs en de Dr. Elly Jaffé Prijs 2018.

JA, IK BESTEL

Reacties

‘Ik geniet van de zinnen van Diderot, dank je wel.’

‘Wat een modern boek is dat. Zo sprankelend en fris.’ 

‘Jacques is geen pessimist.’ (verwarring fatalist-pessimist). ‘O, dan heb ik er (weer) niets van begrepen’

Colofon

Oorspronkelijke titel Jacques le fataliste et son maître

Geschreven door Denis Diderot (1713-1784) tussen 1765 en 1784, verschenen als feuilleton in de Correspondance littéraire 1778-1780, eerste uitgave door Buisson, Parijs 1796.

Herziene vertaling en inleiding door © Martin de Haan 2022

| www.tovertaal.nl | www.hofhaan.nl

Beeld AFH Heikoop | www.afhheikoop.nl

Boekverzorging Edwin Boering | Eb over vloed | www.ebovervloed.nl

ISBN 978-90-820059-2-9, NUR 302

Persbericht

(NB: bevat een leeswijzer!)

ER ZIJN VAN DIE BOEKEN, WAARVAN JE WILT DAT DIE ER ALS BOEK ALTIJD ZULLEN ZIJN

Jacques de fatalist en zijn meester van Denis Diderot, de klassieker uit 1778, is zo’n boek.

Met deze gedachte vonden vertaler Martin de Haan en Niko Koers van A.A. Hoogteiling, uitgever elkaar.

Vanaf 23 maart 2022 ligt dit boek weer in de winkel.

Herziene vertaling en nawoord door Martin de Haan

Verschijnt bij A.A. Hoogteiling, uitgever

ISBN 978-90-820059-2-9, 352 pagina’s, € 24,50

Diderot schreef zijn Jacques een halve eeuw eerder dan de grote realistische romans die nog altijd ons idee van het genre bepalen. Een ‘antiroman’ kun je zijn grap die geen grap is moeilijk noemen, want een schrijver kan lastig de draak steken met conventies die nog niet bestaan. Toch vervult het boek voor de hedendaagse lezer die functie, meer nog dan alle twintigste-eeuwse experimentele stromingen (zoals de Nouveau Roman) die zich aan het realisme wilden onttrekken.

Jacques de fatalist en zijn meester is een even hilarische als diepzinnige roman – géén roman dus volgens Diderot – die in alles een modernistisch schrijfexperiment lijkt, ware het niet dat de schrijver in de achttiende eeuw leefde. De knecht Jacques vertelt zijn meester het verhaal van zijn eerste en enige liefde, maar wordt keer op keer onderbroken, zozeer dat Jacques de fatalist en zijn meester misschien wel in de eerste plaats een verhaal over het vertellen van verhalen is. Maar de werkelijke betekenis van het boek ligt in de diepere filosofische laag waar Diderots geliefde paradoxen van vrije wil en lotsbestemming, het doen van het goede, de werkelijke hoofdpersonen zijn. Voor wie het zo leest is het boek tijdloos en actueel.

Wonderlijk passend in het thema van Boekenweek 2022: EEN ODE AAN DE EERSTE LIEFDE

www.aahoogteiling.eu

www.hofhaan.nl/martin-de-haan

www.tovertaal.nl