DIDEROT/GOETHE/CROW/JUNOD – SCHILDEREN !

Diderot voorkant

Geïllustreerde vertaling van wat door velen wordt beschouwd als de eerste kunstkritiek uit 1765. Met een kritiek van Goethe uit 1802. Een inleiding over Diderot’s werkwijze en zijn betekenis voor de kunstkritiek door Thomas Crow. De paradoxen tussen Diderot en Goethe blootgelegd door Philippe Junod.

ISBN 978-90-820059-4-3, 230 pagina’s, 95 illustraties.

Commentaren

Bert Jansen, kunsthistoricus: ‘Wat me als kunsthistoricus het eerst bezighoudt is met welk -isme hebben we hier te maken? Maar toen realiseerde ik me dat het bij -ismes altijd gaat over latere karakteriseringen en dat ik hier iets las, fris van de lever, niet bedoeld om gepubliceerd te worden, zonder pretentie om geschiedenis te maken […] Misschien moet ik de term “verisme” gebruiken, ook al heeft dat een betekenis die vooral gelieerd is aan de Italiaanse film van de jaren vijftig.’

Bert Taken, docent filosofie Gerrit Rietveld Academie: ‘De overgang van Verlichting naar Romantiek blijft een boeiend vraagstuk en niet alleen om filosofische en esthetische redenen. Zeker in een tijd waarin beide intellectuele stromingen steeds vaker onder vuur worden genomen als bronnen van de huidige malaise. Steeds vaker is dan het adagium “terug naar…”, ja naar wat dan?’

Andrew S. Curran, auteur van DIDEROT AND THE ART OF THINKING FREELY: ‘Iedereen kon, volgens Diderot, schoonheid en kunst op waarde leren schatten door deze telkens weer te ervaren en tijd te investeren om “de natuur te leren begrijpen en de kunst die haar afbeeldt”. Zelf was hij natuurlijk het levende bewijs hiervan als de zoon van een messenmaker uit de provincie die uitgroeide tot de meest opmerkelijke kunstcriticus.’

Arnold Heumakers in zijn Volkskrant recensie over Diderot’s brieven aan Sophie Volland: ‘Haast meer nog dan de moraal zijn het de ‘vurige passies’ die Diderot ontzag afdwingen. “Alleen die raken me. Of ze me nu bewondering of afgrijzen ingeven, mijn gevoel ervoor is altijd hevig. Passie brengt geniale kunst voort, als de passie sterft gaat ook het genie teloor.” Uit deze brieven blijkt dat het geen vrijblijvende opmerking is, want als schrijver en denker was Diderot zelf zo’n gepassioneerd ‘genie’. Iemand die zich gemakkelijk liet meeslepen door zijn emoties, vol enthousiasme over nobele daden, vol pessimisme over de ellende die de geschiedschrijvers hebben geboekstaafd’.

Thomas Crow, in DIDEROT’S SALONS: ‘De geschriften van Diderot zijn nu relevanter
dan de meeste kritieken die vandaag worden geschreven en die ons vluchtige mentale
gebeurtenissen in de aanwezigheid van een werk (bijvoorbeeld de werking van “het staren”)
op steeds exotischer wijze beschrijven en die de langdurige werking van het geheugen wissen’.

Philippe Junod, in DIDEROT EN GOETHE: EEN PARADOXALE DIALOOG: ‘De relatie tussen kunst en natuur is het ware probleem. Parallel? Of in elkaars verlengde?’

Johann-Wolfgang von Goethe in de Duitse vertaling van (en kritiek op) DIDEROTS VERSUCH ÜBER DIE MALEREI: ‘Dit essay is een groots werk, het heeft de dichter zelfs meer te zeggen dan de schilder’, schreef Goethe aan Schiller. ‘Wonderlijke, voortreffelijke Diderot, waarom wil je je grote geestelijke gaven gebruiken om zaken in de war te schoppen, liever dan ze te ordenen? […] Diderot voert ons, als in een doolhof, langs omwegen en spiegelt ons in die
beperkte ruimte een lange wandeling voor.’

Denis Diderot aan zijn minnares Sophie Volland: ‘Dit is zonder twijfel het beste wat ik in mijn
hele literaire loopbaan heb gedaan […] Het is een goudmijn van esprit, soms licht, soms serieus; op sommige plekken is het pure conversatie, zoals aan het haardvuur; elders bevat het eloquentie naast diepgang op het hoogst denkbare niveau.’